Overheid moet mede-eigenaar software zijn

Hans van Bommel publiceerde op 13 mei 2016 het volgende stuk:

Minister gaat met afwijzing opensource software in tegen wens van Tweede Kamer en tegen tijdgeest

Minister Stef Blok voor Wonen en Rijksdienst vindt het niet nodig dat overheden mede-eigenaar zijn van de software die ze gebruiken. Dat blijkt uit een brief die hij onlangs naar de Tweede Kamer stuurde. Voor iedereen die de afgelopen decennia de overheids-ICT een beetje gevolgd heeft, en weet hoe de vele miljoenen belastingeuro’s zijn weggelekt, is dit volstrekt onbegrijpelijk.

De Kamer maakt zich terecht opnieuw boos. Als verantwoordelijk bewindsman voor overheids-ICT gaat VVD-minister Blok hiermee niet alleen in tegen de wil van de volksvertegenwoordiging — die de minister al tot twee keer toe via een motie heeft opgeroepen opensource software te gebruiken — maar ook tegen de adviezen van de Tijdelijke commissie ICT (Commissie Elias), die onderzoek deed naar de mislukte ICT-projecten van de afgelopen jaren.

Bovendien gaat hij in tegen de tijdgeest en tegen wat de overheden in de landen om ons heen doen. Zelfs het Witte Huis brak eerder dit jaar nog een lans voor het gebruik van opensource in de Verenigde Staten.

In de Kamer gooide minister Blok onlangs alle fabrikanten op een hoop. Opensource? Closedsource? De overheid heeft altijd een IT-bedrijf als partner nodig bij het automatiseren, dus het maakt niet uit, volgens Blok. Niets is minder waar. Als ik alle uitlatingen van de minister op een rij zet vraag ik mij af: weet hij wat het verschil is tussen opensource en closedsource software?

Voor het maken van computersystemen heb je software nodig, de bouwstenen van het systeem. Bij opensource zijn die bouwstenen heel flexibel en gemakkelijk aan te passen, bij het zogeheten closedsource, van fabrikanten als SAP en PinkRoccade, is dat niet zo. De bouwstenen zijn eigendom van de softwarefabrikant en er zit een extra code op. Als je het systeem wilt aanpassen, moet je bij de eigenaar van de bouwstenen zijn. Nog een groter nadeel: om met het systeem aan de slag te gaan moet je dure licenties kopen. Praktijk is dat een klant vaak al miljoenen euro’s heeft betaald voordat een project wordt gestart.

Opensource is een beetje van ons allemaal, dus ook van de overheid. Het wordt onderhouden door een gemeenschap van computerdeskundigen of een bedrijf dat de support, consultancy en bijbehorende opleidingen levert. Iedereen kan en mag meeschrijven omdat de broncode van de software openbaar is. Het inchecken van de code gebeurt, net als bij closedsource software, nog steeds zeer gecontroleerd en door een autoriteit.

Keus voor toegankelijke broncode maakt dat overheid zich niet meer aan automatiseerder uitlevert!!!

Omdat de broncode bekend is kan een volgende automatiseerder eenvoudig aanpassingen doen en voortborduren op wat de vorige gedaan heeft. De overheid zit dus nooit gevangen in de tang van de IT-fabrikant. Minister Blok wil voor Nederland blijkbaar helemaal terug naar die goede oude jaren negentig van de vorige eeuw, toen de grote fabrikanten systemen bij ministeries implementeerden, waar de ambtenaren van nu soms nog noodgedwongen mee moeten werken. Dit omdat de automatiseerders van nu onmogelijk bij de broncode van die software vandestijds kunnen.

In de afgelopen jaren heb ik van nabij veel zien misgaan in de overheidsdigitalisering. Een van de oorzaken was de geringe betrokkenheid en het gebrekkige eigenaarschap van overheidsinstanties bij de automatisering van de bedrijfsprocessen. Een keus voor een toegankelijke broncode maakt dat de overheid zich niet meer met huid en haar overlevert aan de automatiseerder in kwestie. De overheid moet gewoon baas blijven van de eigen organisatieprocessen en de software die daar bij hoort.

WhatsApp-Image-20160513

Hans van Bommel, auteur van het boek De Verbinding, IT en de kunst van het automatiseren

 

Delen: